De afgelopen weken is er veel onrust ontstaan onder thuisonderwijzers in Nederland. Met name Den Haag, waar de thuisonderwijzers via het nieuws te horen kregen dat hun recht op thuisonderwijs per september 2026 niet meer zou gelden.
Ik voel me hier absoluut genoodzaakt om me toch nogmaals over uit te laten, gezien ik een thuisonderwijs moeder ben uit Den Haag. Ik denk namelijk dat dit het moment is dat het heel belangrijk is om de overheid te laten horen wat thuisonderwijs eigenlijk voor positieve kanten te bieden heeft. Niet alleen voor de huidige thuisonderwijzers, maar ook voor thuiszitters voor wie school nu geen geschikte optie is.
Ik heb daarom allereerst een open brief geschreven naar de gemeente Den Haag. Ik hoop dat ik hiermee andere gezinnen kan helpen en oproepen om zo snel mogelijk hun stem te laten horen, zodat de gemeente en overheid ziet wat thuisonderwijs werkelijk inhoudt.
Den Haag, 29 mei 2026
Aan: het college van burgemeester en wethouders Gemeente Den Haag
Betreft: bezwaar tegen het voorgenomen intrekken van artikel 5b-vrijstellingen en de wijze van communicatie daaromtrent
Geacht college,
Ik geef thuisonderwijs aan mijn kinderen volgens artikel 5 onder b van de Leerplichtwet 1969. Op 26 mei 2026 hoorde ik via de media dat de vrijstellingen van alle 102 Haagse thuisonderwijskinderen worden ingetrokken. Dit nieuws kwam niet van een leerplichtambtenaar of de gemeente, maar van nu.nl. Dat vind ik ongepast en juridisch kwetsbaar.
In deze open brief wil ik toelichten wat de andere kant van het verhaal is, die nu compleet uit beeld blijft.
1. De framing naar aanleiding van BOOS mist feitelijke grondslag
De BOOS-aflevering van 19 mei 2026 liet twee jongeren aan het woord met negatieve ervaringen. Ik neem hun verhaal serieus, maar twee gevallen zeggen niets over 2.800 gezinnen in heel Nederland, en zeker niets over de 102 Haagse gezinnen wiens rechten nu dreigen te worden ingetrokken, als we de mediaberichten mogen geloven.
Er is nooit onafhankelijk onderzoek gedaan naar de kwaliteit van thuisonderwijs in Den Haag. Er is nooit contact gezocht met de betrokken gezinnen. Er is nooit een gesprek aangeboden of een evaluatie voorgesteld. De gemeente zegt nu dat deze kinderen “buiten beeld” zijn, maar heeft op geen enkel moment geprobeerd hen in beeld te krijgen. Die onzichtbaarheid is een gevolg van het ontbreken van een toezichtskader in een wet die al bijna 60 jaar hetzelfde is. Dit ligt niet aan de ouders.
Beleid maken op basis van één televisie-uitzending en een Hoge Raad-uitspraak in een totaal andere zaak, zonder zorgvuldige beoordeling van de individuele situaties, past niet bij goed bestuur.
2. Thuisonderwijs is niet het probleem, het is een oplossing
Nederland telt 17.500 geregistreerde thuiszitters. Het werkelijke aantal kinderen zonder volwaardig onderwijs ligt waarschijnlijk tussen de 70.000 en 280.000 (Balans, Thuiszitters Tellen 2024). Dit zijn kinderen voor wie het reguliere onderwijs niet werkt: door angst, autisme, hoogbegaafdheid, pesten, sensorische overprikkeling, of een pedagogisch klimaat dat niet past.
Voor een deel van hen is thuisonderwijs een passende, al dan niet tijdelijke, oplossing. Nu krijgen zij niets.
De 2.800 gezinnen met een 5b-vrijstelling waar het nu om gaat, vormen echter minder dan twee procent van de thuiszittersproblematiek. Het intrekken van hun vrijstelling lost niets op voor de 70.000 kinderen die het systeem al niet vasthoudt. Het maakt de situatie groter. Passend onderwijs heeft nu al wachtlijsten, lerarentekorten en capaciteitsproblemen. Er is simpelweg geen plek voor 102 extra kinderen met verschillende behoeften.
De vraag zou niet moeten zijn hoe we thuisonderwijs kunnen verbieden. De vraag is hoe we het op een verantwoorde manier kunnen inbedden als aanvulling op het reguliere systeem.
3. De wijze van communicatie strookt niet met de vereisten van goed bestuur
Ik heb over mijn eigen gezin, mijn eigen kinderen en mijn eigen rechtspositie moeten lezen op NU.nl, niet in een brief van de gemeente of in een gesprek met een leerplichtambtenaar. Dit is gebeurd via een nieuwssite, terwijl ik heb voldaan aan alle wettelijke voorwaarden, zoals eerdere jaren.
Dat is een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 van de Awb. Een bestuursorgaan dat een besluit voorbereidt dat individuele burgers raakt, moet die burgers vooraf informeren en horen.
Bovendien heeft de Hoge Raad in de uitspraken van 21 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:658 en 659) geoordeeld in een specifieke zaak over de Tasawwuf-stroming. De Hoge Raad heeft niet gezegd dat alle bestaande vrijstellingen ongeldig zijn. Hij heeft geen uitspraak gedaan over de juridische positie van anderen. De stap van die uitspraken naar een collectieve intrekking van 102 vrijstellingen, zonder individuele beoordeling, is juridisch niet juist.
Het vertrouwensbeginsel, verankerd in artikel 3:4 lid 2 Awb, geldt ook. Ouders aan wie een vrijstelling is verleend, soms al jaren geleden, hebben hun gezinsleven op die vrijstelling gebouwd. Werk, woonplaats, pedagogische keuzes. Alles is ingericht op een rechtstoestand die de overheid zelf jarenlang heeft ondersteund. Een collectieve intrekking zonder individuele toetsing en zonder hoor en wederhoor is in strijd met de beginselen van goed bestuur.
4. Het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich tegen een abrupte intrekking
Burgers moeten kunnen vertrouwen op de bestaande rechtstoestand. Dat is geen extra vereiste in het bestuursrecht, dat is een fundamenteel principe.
Vrijstellingen zijn verleend na een officiële procedure. Op basis daarvan hebben ouders belangrijke beslissingen genomen over hun leven. Een abrupte intrekking, zonder overgangsperiode, zonder individuele afweging, en zonder fatsoenlijke communicatie, raakt deze rechtszekerheid ernstig.
In het bestuursrecht gelden strenge eisen van zorgvuldigheid, proportionaliteit en motivering voor het intrekken van een begunstigende beschikking. Aan geen van deze eisen is op dit moment voldaan.
5. De verwachting dat gezinnen binnen twee maanden hun kinderen op school zetten is onrealistisch en schadelijk
De zomervakantie begint over enkele weken. U verwacht dat 102 gezinnen voor september een geschikte school vinden, hun kind inschrijven, en een grote overgang maken. Voor kinderen die nooit naar school zijn geweest of het onderwijs jaren geleden hebben verlaten, is dat allesbehalve een kleine stap.
Wetenschappelijk onderzoek (onder andere Heyne et al., 2019) laat zien dat gedwongen plaatsing in een ongeschikte schoolomgeving leidt tot langdurige psychische schade bij kinderen. Een geforceerde terugkeer zonder voorbereiding en zonder individuele afstemming is in strijd met artikel 3 van het IVRK, dat stelt dat het belang van het kind de eerste overweging moet zijn bij elke beslissing die hen raakt. Een collectief intrekkingsbesluit over 102 kinderen met verschillende achtergronden, leergeschiedenissen en zorgbehoeften voldoet niet aan deze standaard. Elk kind vereist een eigen afweging.
6. Het gebrek aan contact is niet te wijten aan ouders
De wethouder stelt dat de gemeente “geen zicht” heeft op deze kinderen. Dit suggereert dat ouders zich terugtrekken. Dat klopt niet. De Leerplichtwet schrijft voor dat ouders een kennisgeving indienen. Dat is gedaan. Daarna is er nooit om aanvullend contact gevraagd. Geen uitnodiging voor een gesprek, geen verzoek om een onderwijsplan, en geen evaluatie.
Het ontbreken van toezicht is een gevolg van hoe de wet is ingericht. Ouders hiervoor verantwoordelijk stellen is niet eerlijk en niet juist.
7. De oplossing is regulering, niet afschaffing
In meerdere westerse landen is thuisonderwijs grondwettelijk verankerd. In Ierland beschermt artikel 42 van de Grondwet het recht van ouders om hun kinderen thuis te onderwijzen, met registratie via Tusla. In Denemarken waarborgt artikel 76 van de Grundloven hetzelfde recht, met tweejaarlijks gemeentelijk toezicht. In Engeland volgen meer dan 100.000 kinderen thuisonderwijs. In de VS doen meer dan drie miljoen kinderen dat, legaal in alle vijftig staten.
Een actueel voorbeeld is Nieuw-Zeeland. Toen de regering op 20 mei 2026 via een laat amendement rapportageverplichtingen voor thuisonderwijsgezinnen wilde invoeren zonder voorafgaande consultatie, reageerde de community massaal. Een week later, op 27 mei, pauzeerde minister van Onderwijs Erica Stanford de regelgeving en erkende publiekelijk dat de meeste thuisonderwijsouders hard werken om hun kinderen goed onderwijs te geven. Zelfs het toevoegen van toezicht aan een bestaand recht werd stopgezet wegens gebrek aan consultatie.
Laten we als vooruitstrevend land een voorbeeld nemen aan deze landen, zodat meer kinderen passend onderwijs kunnen krijgen dat bij hen als individu past.
Wat ik van u vraag
- Schort het voorgenomen intrekkingsbesluit op totdat elke vrijstelling individueel is beoordeeld, met hoor en wederhoor, volgens de Awb.
- Informeer de betrokken ouders rechtstreeks en persoonlijk over hun rechtspositie. Niet via de media.
- Ga het gesprek aan met de thuisonderwijsgemeenschap in Den Haag voordat u een oordeel velt.
- Pleit bij het Rijk voor een wettelijk kader dat thuisonderwijs reguleert in plaats van afschaft, zoals andere landen dat al jaren doen.
- Stel geen onrealistische termijnen. Een geforceerde terugkeer per 1 september schaadt het belang van het kind en voldoet niet aan artikel 3 IVRK.
Dit is geen brief tegen toezicht. Ik vraag juist om toezicht: wettelijk verankerd, proportioneel, en in dialoog met ouders vormgegeven. Regulering vereist wetgeving zonder willekeur. Wetgeving vereist zorgvuldigheid, niet een overhaast besluit onder mediadruk zonder degelijk onderzoek.
Met vriendelijke groet,
Ashley Timmermans
Thuisonderwijsmoeder & MSc Cognitieve Psychologie
Den Haag